Get Adobe Flash player

Verzorging

De vacht van een hond is de spiegel van zijn gezondheid. Is jouw teckel gezond, dan toont dit zich in een mooie, glanzende vacht. Zit een hond niet lekker in zijn vel, dat toont zich vaak in een doffe vacht, niet zelden gepaard met huidschilfers.

De huid van de hond heeft een ander functie dan bij de mens. Bij ons speelt de huid bijvoorbeeld een belangrijke rol in het reguleren van de lichaamswarmte. Bij honden is dat niet zo. Transpireren doet een hond via zweetklieren tussen de voetzooltjes en probeert zijn lichaamswarmte kwijt te raken door de keel en neus. Overmatig hijgen is dan het gevolg. Daarnaast beschermt de vacht het lichaam enigszins tegen afwijkende buitentemperaturen. Vachtverzorging is dus erg belangrijk en nodig voor zowel kortharige als langharige of ruwharige honden.

Borstelen heeft verschillende functies. Het voorkomt niet alleen klitvorming of pakt de verharing aan, maar masseert tevens de huid, verwijdert vuil, huidschilfers en verdeelt het talg over de huid. Door de huidmassage wordt de doorbloeding bevorderd, waardoor de talgafscheiding, de haargroei en het schoonhouden van de vacht weer wordt bevorderd.

Verharing: rui en overmatig verharen

De meeste honden verharen alleen overmatig in de ruiperiode. Tijdens deze periode schakelt de vacht over van een wintervacht naar een zomervacht en andersom. Tijdelijk meer borstelen is dan nodig om de hond van het overmatig verharen te helpen en zorgt ervoor dat u ook zo snel mogelijk van het haar in huis af bent.

Sommige honden haren echter het hele jaar door overmatig. Hier is het normale ritme van de rui verstoord. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals bijvoorbeeld voeding. Maar vlak ook de invloed van de centrale verwarming niet uit. Sommige teckels zijn echte koukleumen en gaan uit zichzelf voor de verwarming zitten of hebben een meelevend baasje dat hun mandje ervoor plaatst. Buiten is het koud, dus behoort de hond in zijn wintervacht te zitten. Binnen zit hij echter het grootste deel van de dag voor de verwarming of in een verwarmde woonkamer. De vacht raakt uit balans en ‘denkt’ te moeten overschakelen op de zomervacht door de warmte.

Daarnaast is er ook nog het effect van overborstelen dat kan leiden tot overmatig verharen. Vaak horen trimsters van baasjes te horen:”Hij haart zó en ik borstel hem elke dag!”  Daar zit ‘m dus de kneep. Men borstelt structureel te veel, te hard en te lang. Te veel en met te hard materiaal borstelen heeft tot gevolg dat er niet alleen dood haar weggehaald wordt, maar ook het levende haar. De huid reageert hierop door nieuw haar aan te maken.  Dit staat ook wel bekend als het ‘overborstelingseffect’. Om het tij hiervan te keren, moet je dus niet méér, maar minder gaan borstelen. De interval tussen twee borstelbeurten moet terug naar twee weken, het liefst met een zachte, rubberen  of haren borstel. De huid komt hierdoor tot rust en zorgt ervoor dat het natuurlijke ritme herstelt. Het kan echter wel een half jaar duren tot dit zich volledig heeft hersteld.

De dashond of teckel komt voor in drie verschillende vachtsoorten:

• Kort- of gladhaar
• Langhaar
• Ruwhaar

Hieronder worden de verschillende vachtsoorten apart behandeld, daar zij ook ieder een aparte behandeling vereisen.

 

Korthaar

Doorgaans verhaart de kortharige vacht tweemaal per jaar. Deze ruiperiode doet zich voor in de lente en de herfst en duurt ongeveer drie weken. Weersomstandigheden en temperatuursschommelingen hebben een grote invloed hierop. Buiten de ruiperiode is het zaak om je teckel dus zo weinig mogelijk te borstelen. Hoogstens eens per twee weken met een rubberen borstel. Eventueel met een vochtig doekje losgekomen haren en huidschilfers afnemen. Voor wassen geldt hetzelfde, zo min mogelijk. Gelukkig wordt een korthaar niet gauw dóór en dóór vuil, maar heeft hij eens lekker door de paardenpoep gerold of door een modderplas gebaggerd, dan kan een wasbeurt echt geen kwaad. Gebruik hiervoor wel altijd een geschikte hondenshampoo om huidproblemen te voorkomen.

Langhaar


De langhaar teckel heeft een vacht uit twee delen; ondervacht en dekhaar. Het lange haar is eenvoudig te borstelen met een grove kam. Begin bij de achterpoten en werk zo steeds verder naar boven en naar voren. Langharige vachten dienen laagje voor laagje te worden geborsteld. Wij mensen kammen gewoon bovenop, maar bij deze vachten is het zaak om het haar op te tillen en zo telkens er een laagje bij te pakken. Hiermee weet je zeker dat je borstel alle laagjes bereikt en voorkom je klitvorming. Het gebruik van een fijne kam ná de borstelbeurt is geen overbodige luxe. Hiermee controleer je op onopgemerkte klitten. Glijdt de kam makkelijk door de vacht, dan is hij klitvrij. Tevens verwijder je ook hiermee eventueel loszittende haren. De frequentie van het borstelen moet niet vaker dan een tot twee keer per week plaatsvinden. Klitten ontstaan vaak achter en onder oren, in de liezen en oksels, in de broek, op de buik, tussen de tenen en aan de binnenkant van de benen.

Sommige haren worden pluizig of dof. Deze dode haren kunnen gemakkelijk weggeplukt worden. Dit doet niet zeer, maar voorzichtigheid is hierbij wel geboden. Voor langharige vachten die snel klitten is een shampoo met conditioner of een ontklitmiddel geen overbodige luxe.

Ruwhaar

Ook de ruwharige vacht bestaat uit twee delen; de zachte onderwol en de ruwe bovenvacht. De ruwe bovenvacht dient minstens twee keer per jaar met de hand uitgeplukt te worden, een of twee keer vaker is ook mogelijk als je liever niet wil dat je teckel in zijn ‘ondergoed’ staat na het plukken. Dit is een arbeidsintensief werkje dat door een trimster in één tot twee uur zo gedaan is, maar voor een ander echt een heidens karwei kan zijn. Op zich heeft een teckel niet zo’n moeilijke plukvacht en is het trimschema ook niet erg moeilijk. Of je dit nu zelf doet of dat je dit overlaat aan een professional, er is wel degelijk onderhoud nodig aan deze vacht. Scheer deze vacht onder geen beding, dit kan voor ernstige huidproblemen en beschadiging van de vacht zorgen. Evenals de langharige teckel dient deze vacht geborsteld te worden. Ook dit kan met een grove kam en ter controle een fijne kam.

Was minstens twee dagen vóór het plukken uw hond niet. Dit bemoeilijkt het plukken aanzienlijk, wat weer niet prettig is voor het lijdend voorwerp; de hond. Direct na het plukken bij voorkeur niet wassen. Wacht hier liever twee tot drie dagen niet . Tijdens het plukken ontstaan er miniscule 'wondjes'. Shampoo heeft de eigenschap de huid af te sluiten, terwijl we na het plukken juist willen dat deze nog even 'open' blijft staan.

Wen jezelf een vaste borstelroutine aan. Kies een vaste dag, bijvoorbeeld elke maandag na het avondeten en begin bijvoorbeeld bij de achterhand en werk zo naar voren. Zo sla je geen plekjes over. Vergeet daarbij ook het haar tussen de tenen niet. Gebruik geschikt materiaal en vraag desnoods een professional om advies. Niet alle dierenspeciaalzaken hebben er kaas van gegeten, een gediplomeerd trimster heeft er een vakopleiding voor gevolgd. Zorg dat jouw hond het verzorgen van zijn vacht prettig vindt. Het gezegde ‘jong geleerd, is oud gedaan’ is hierbij van toepassing. Geef hem vóór, tijdens en na het gefriemel wat lekkers, praat lief tegen hem en vergeet vooral niet te knuffelen, maar laat hem wel weten dat het ernst is.

 

Wassen

Een goede wasbeurt is soms geen overbodige luxe. Een teckel mag tenslotte graag overal doorheen sjouwen. Gebruik liever geen shampoos voor mensen, ook geen babyshampoo. Deze kunnen de huid te veel ontvetten en deze natuurlijke vetlaag heeft je teckel juist nodig. Met een goede hondenshampoo kan je je hond zo vaak wassen als nodig is. Vaak kunnen deze verdund worden en zijn daardoor ook nog eens zuinig in gebruik. Zo lang de hond vochtig is, mag hij niet naar buiten of op de tocht liggen.

Optillen

Optillen is een overheersende handeling, want een hond heeft in zo’n situatie niks meer in te brengen. Toch kan hij maar beter aan wennen en zo vroeg mogelijk, want het kan namelijk handig zijn als de hond naar de dierenarts, trimsalon, etc. moet. Dit kan je het beste doen door met een arm onder of voor de borst en de ander in de knieholten of onder zijn billen. Til hem nooit aan zijn voorpoten of onder zijn oksels op!

Voetzolen en nagels

Hoewel veel honden er een hekel aan hebben als er iemand aan hun voeten komt, is het toch nodig om dit geregeld te doen. In de eerste plaats om te controleren op sneetjes en dergelijke. Je kan de poot het beste rustig recht naar achteren strekken. Nooit opzij, want dit laat de anatomie van de hond niet toe. De nagels dien je alleen te knippen als het nodig is. Dit kan je het beste meenemen in de routine van het kammen. Als je hier geen ervaring mee hebt, kan je het beste hier eerst advies over inwinnen bij een dierenarts of trimmer. Uiteraard kan je dit ook door hen laten doen, als je het zelf een eng karweitje vindt. Door het voetje naar achter te buigen, kan je goed zien of de nagel te lang is. Hij hoort niet langer dan het voetzooltje te zijn. Mocht je toch een keer te veel van de nagel afgeknipt hebben, dan kan je het bloeden stelpen door een speciaal bloedstelpend poeder of maizena.

Oren

De oren zijn ook een belangrijk onderdeel in de regelmatige verzorging van de teckel. De hangende oren zijn dankbare broedplaatsen voor oormijt. Haar in de gehoorgang dient u er uit te plukken en de oren kunt u schoonmaken met een oplossing van half witte azijn en half water. Dit mengsel houdt een zuurrijk milieu in de oren om de vorming van gistbesmettingen te voorkomen. Dit mengsel kan je ook gebruiken voor het schoonmaken van plasjes op de vloer of kussens. Dit neutraliseert de urine. Tevens krijg je je ramen er blinkend schoon mee ;-)

De oorschelp (externe oorkanalen) kunt u schoonmaken met zachte babydoekjes. Gebruik deze nooit voor het binnenste oor, want dit kan schade aanbrengen. Mocht u ondanks de oorverzorging toch niet van oorsmeerafscheiding af komen, raadpleegt u dan een dierenarts. Dit kan namelijk duiden op een binnengedrongen grasaar, bacteriële besmetting of oormijt.

Ogen

Een gezonde hond heeft heldere ogen die schoon zijn in de ooghoeken. Vuiltjes mogen niet naar binnen gewreven worden, zoals bij mensen, omdat honden een derde ooglid hebben. Het  vuil kan hier dan onder raken en gaan ontsteken. Door het vuil met een vochtig watje te verwijderen, is dit grotendeels te voorkomen.

Tanden

Wen de hond al als pup aan dat je als baas aan zijn bek mag komen en die openen. Ook kan er op deze manier gecontroleerd worden of er met wisselen geen melktanden achterblijven. Let hier vooral bij de hoektanden op. Het wisselen gebeurt ongeveer tussen de vierde en zevende maand. Als de hond ouder is, kan er gecontroleerd worden of er zich niet te veel tandsteen vormt. Slechte adem kan wijzen op gebits- en of tandvleesproblemen. Om dit tijdig te ontdekken is het daarom verstandig dit minstens eens per week te controleren op symptomen van ontstekingen en tandsteenvorming. Het poetsen van de tanden is aan te leren door de hond eerst aan iets lekkers te laten ruiken en vervolgens de bovenlip op te tillen.  De volgende stap is het poetsen van de tanden van boven en vervolgens breidt je dit steeds verder uit. Door dagelijks en steeds langer te poetsen, kan uiteindelijk het hele gebit gedaan worden. Ook heeft kluiven en het kauwen op rauwe botten (nooit gekookt!) een positieve werking hierop.

Vlooien en teken

Ook wanneer je hond goed verzorgd wordt, kan hij vlooien en teken krijgen. Ze raken besmet door contact met dieren die een vlooienbesmetting hebben of met plaatsen waar besmette dieren geweest zijn. Vlooien kunnen meerdere maanden overleven in een popstadium en dan opeens – hongerig naar bloed – de aanval op zowel mens als dier inzetten. Naast het zuigen van bloed en het veroorzaken van vlooienallergie, kunnen vlooien lintwormen en tal van ziekten overdragen op uw hond. Een snelwerkend vlooienmiddel is dus heel belangrijk om de vlooiencyclus zo snel mogelijk te stoppen en te doorbreken. Op deze manier kan je verdere besmetting van je huis tegen gaan. Er zijn verschillende middelen in omloop om uw hond preventief tegen vlooien en teken beschermt. Ook bij thuiskomst na de vakantie is een behandeling zeker aanbevolen. Bedenk in het geval van vlooien: Eén vlo op de hond is duizend op de grond!

Teken wachten geduldig op een grasspriet of tak tot een warmbloedig dier (de hond, maar ook de mens!) langskomt. Zij kunnen verschillende ziekten overdragen als de ziekte van Lyme of Babesiose. Een tekenbeet kan zelfs dodelijk zijn. In het geval van tekenbeten geldt hetzelfde als vlooien: voorkomen is beter dan genezen. Preventie is dus aan te raden. Word jij of je hond toch gebeten door een teek, verwijder deze dan zo snel mogelijk met een tekentang. Verdoof de teek nooit eerst (met bijvoorbeeld alcohol), want dan loop je het risico dat de teek zijn maaginhoud braakt in de wond, waardoor je hond ziek kan worden.